234 liter

Tweehonderdvierendertig liter lucht zou er in de zij-caissons zitten volgens mijn berekening, hetzij een keer honderdzeventien liter aan bakboord en honderdzeventien aan stuurboord.
Zo, mijn drang om een keer getallen voluit te schrijven is hiermee gekoeld.

Of dit volume genoeg is zal de praktijk moeten uitwijzen maar een ca. 300kg wegende Ilur heeft 330 liter drijfvermogen en dit bootje is veel lichter, dus dit zou moeten volstaan.

Eerder bouwde ik een houten Minisail, dat is simpel beschreven een waterdicht sigarenkistje in vorm van een dikke surfplank.
En lucht- en waterdicht was ze; de koude lucht in de romp zet uit in de warmte van de zon en ware het niet dat de waterpluggen eruit knalden als een Champagnekurk, de romp zou gebarsten zijn. (Na dit voorval boorde ik een 3mm gat in het dek en alles was peis en vree).

Zal het zo’n vaart gaan met deze caissons? Ik denk het niet, die hebben vier kunststof schroefluiken. Artikels die gegarandeerd lekken.
Mooi, maar voor alle zekerheid kit ik er een binnenbandventiel in “pour la petite histoire”, een truc geleerd van Minisail bouwers 50 jaar geleden.

Je weet maar nooit.

De romp ziet er momenteel uit zoals hierboven. Helemaal volgens plan, hoewel ik de optie voor waterdichte luchtkasten overlangs aan stuur- en bakboord tot voorkort heb in beraad gehouden.
Mogelijk mag het geen rol spelen maar ik vind dat die ontzettend afbreuk doen aan de charme van een houten boot. Alternatieven zijn er; Luchtzakken onder de zijdoften of grote fenders, ook passende schuimblokken verpakt in canvas zag ik een keer als charmante oplossing voor drijfvermogen.
Maar die gaan er uiteindelijk uit, wie wil er op termijn zulke omvangrijke volumes blijven meezeulen.
Dus dan weet je maar nooit en koos ik voor de veiligste oplossing de luchtkasten.

De kasten krijgen twee waterdichte luikjes aan weerskanten, zo is er plaats om wat spullen droog in op te bergen, en regelmatig de caissons te ventileren.

Voor alle duidelijkheid: De platen voor de luchtkasten op deze foto’s zijn de hardboard malletjes waarmee ik straks de definitieve platen in vorm breng.

Meer van het thema “Je weet maar nooit”: Laatst zag ik op tv een praatgast zitten op een barstoeltje. Een stoeltje van het type op één centrale poot. De vriendelijke praatgast woog beslist +150 kg. Kan hè.
Mijn gedachten gingen uit naar de ontwerpers van het stoeltje, ook bij zo’n belasting moet het meubeltje stand houden. En metéén dwaalden mijn gedachten af naar de boot in de maak, zoals die nu voorzien was zou de zaak het vroeg of laat begeven met zo een gast aan boord.
De meest kritische ligger (die van het achterdoft) is nu behoorlijk versterkt en de ligger onder het voordoft wordt later van hetzelfde caliber. De tussenschotjes dan ook maar metéén aangepakt.

Onnodig? Vermoedelijk, want ik zie een 150+kg medemens niet zonder voorbehoud spontaan in een dergelijk sloepje stappen, maar kijk aan de constructie zal het niet gelegen hebben moest het verkeerd aflopen.

Liters thee en gelamineerde knieën

De eerste klus na het rechtop zetten van de schelp was het versterken van de redelijk fragiele samenstelling.
Te beginen met een flinke epoxy naad in de vouw te smeren en daarna een strook glasvezelweefsel er over heen. Daarmee zit de vloer stevig vast aan de opstaande delen en kan ik er straks in rondlopen.


De drie horizontale knieën, twee voor de spiegel en één in de boeg waren de volgende kandidaten om te maken en te monteren.
Maar hola, het plan zegt “laminated knee”. Jep, een gelamineerd houten werkstuk, voor zover was ik bij de les, maar hoe galamineerd dan?
Ik vond het antwoord in foto’s van een advertentie van een tweedehandse “Gartside” boot. Zijn betekenis van laminaat voor de knieën is twee lagen overlangs en een dwarse laag er tussenin. Mmm, slim en een mooi alternatief voor massief eik in kleine boten.
De knieën voor de spiegel zijn redelijk rechtoe-rechtaan, het breiwerkje in de neus was een ander paar mouwen.
Daar komen zes delen samen die niet te beschrijven zijn in hoeken of radius, enkel geduld, een scherp podlood en wat lef als de zaag erin gaat zijn de helpers die het gaan maken.
En thee, liters thee.


De mastvoet (nog zo’n leukerd) was al eerder voorbereid, … het is te zeggen die maakte ik gedurende de thee-pauzes als afleiding.
De mastvoet wordt de referentie voor het bepalen van de masthoek: Die zit, zaak om een vaste waarde te hebben in een weelde van variabelen.
Wel hoera, de eerste boring in de boegdoft die volgens de maten van het plan was geboord zat er niet ver naast (pwaa, amper 12mm).
De passing van het middendoft met een halfhoutse verbinding over de zwaardkast was genieten. (…Zou ik niet beter gaan tafels maken? neuu).