Nieuw zeil voor de Cat

Het was even wachten maar kijk het zeil is er.
Een perfect afgewerkt zeiltje van de zeilmakerij Wittevrongel. Ik kon begrijpelijk niet wachten om ze “provisoir” op te tuigen -kwestie van zien of ik én de zeilmaker het plan goed hebben bekeken- maar de sterren stonden in één lijn en alles klopt.

Nu zou een geoefend oog kunnen opmerken dat het onderlijk te kort is; Dat is het niet, de giek is wat te lang. Een voorzorg die ik neem nadat ik één keer een nieuw zeil kreeg dat te lang was. Daar is niets meer aan te verhelpen (ging over een exotische aluminium geëxtrudeerde giek indertijd) en sedertdien maak ik uit voorzorg alle rondhoutjes iets langer.
In geval van deze giek is het er over en moet het afgekort worden. Klein bier vergeleken met er een stuk aan breien.

Over breien gesproken, de mast van dit onverstaagd gaffeltuigje draagt een hoeveelheid van lijntjes die mijn (bermuda-tuig-) hers zwaar belasten zoals ook kantklossen dat zou doen.
Het staren naar de lijntjes in de masttop omhoog in de zon maakt me bovendien nog eens optuigblind. Niet mopperen, een zonnebril Mijnheer.

Ziezo, deze voorlopige optuig-sessie is afgerond, alles past. Nu nog een keer opzoeken hoe het snel en doelmatig kan.
Daarom maar de foto’s van onze Ko-boot opzoeken, die Hollandse boot zat vol met vernuft. Afkijken lijkt me gepast.

Niet te voorzien wanneer ik deze Cat op het water zal kunnen presenteren maar het zal weldra én goed zijn.

Wachten op een zeil

Paul Gartside 14 foot catboat

( Nieuws na deze post op ’21/08/31′: Het zeil word deze week gemaakt.)

Een nieuwe boot van tuig voorzien is de kers op de taart.
Oogjes opschroeven en blokjes vastknopen, lijnen afmeten.
En dan zien dat de voorstag haakt achter het blokje van de kraanlijn.

Daarvoor zijn er warme zomer-avonden waarbij ik rustig de boel weer laat zakken en één en ander verbeter.
Maar nu is ze afgewerkt, helemaal klaar… Ware het niet dat de zeilmaker mijn opdrachtje van zes maanden geleden uit het oog verloren heeft: Het zeil is er nog niet.
Dus niet echt -of beter- echt niet helemaal klaar. Zolang er geen zeil is om ze te betuigen kan ik ze niet presenteren op het water.
Komt goed, in afwachting heb ik een stel onbruikbare roeiriemen die ik 25 jaar geleden maakte gehalveerd in gewicht naar de roeibladen toe.
Die zijn nu helemaal top en echt klaar.

De romp is klaar, nu het rondhout

Heeft De Ijssel Coatings het aandeel pigment in de witte lak verminderd of ben ik vergeten hoe het nauwelijks meer dekt als halfvolle melk?
Het zal het laatste zijn en uiteindelijk ben ik gestopt bij vier lagen. Goed voor de boot zo’n hoop laagjes (nu al zeven met de laagjes primer erbij geteld) en een geduld test voor mezelf.

Met zijn vieren hebben we de romp weer rechtop gezet en kon de zwaardkast erin gelijmd, de caissons afgedicht, de neus gelijmd en andere artikelen gemonteerd worden.
Tot op het vreemde moment dat ik dacht “Hola, is deze nu klaar?”.
Waarschijnlijk niet helemaal, of beter helemaal niet.

Maar zie ik gooi er straks een stofhoes overheen en begin aan de mast, de giek en de gaffel. Rondhout zoals de Noorderburen het noemen.

Hierboven is de aanzet voor de mast te zien. Het is een haast 4,5m lange sliert, conisch toelopend van 86mm diameter basis naar 48mm aan de top. En voor ca. 2/3 van de lengte hol.
Hoe hol? Wel ik heb het eenvoudig gehouden; In de twee latten (de mast-helften) heb ik een holte gefreesd die eens samengesteld 25 x 25mm x 2,7m bevat.
En als een goudsmid heb ik het schaafsel van die stofwolk opgeveegd en gewogen. Dit artikel is 2,3 kg lichter geworden.
Benieuwd hoeveel het geheel uiteindelijk zal aangeven op de weegschaal want ik betreed nieuwe grond; Als bouwer van pluimgewicht bootjes is dit voor mij een knoert.

Boot naaien

Stitch and glue is de techniek die Gartside voor dit ontwerp als de meest voor de hand liggende vindt.
De methode waarbij panelen met koperdraad aan mekaar verbonden worden en daarna verlijmd is een fraaie vondst maar niet mijn favoriete manier van werken als de uitsnede van die panelen op voorhand onbekend is.
Maar goed, na wat passen en wriemelen met de stroken Multiplex stond één en ander klaar om samengesteld te worden en hopla de basis voor de romp is voor mekaar en kan van de hulpspanten verwijderd worden.

Deze wiebelige schelp mag nu recht-op gezet worden, grondig uitgericht en versterkt.

Nog even wennen aan de breedte van dit artikel en tegelijk het interieur afwerken. Wat nu volgt is bekend terrein (zal wel niet !?) en zou moeten verlopen met rasse schreden.

Het schoorvoetend werk komt later terug bij het maken van de holle mast. Pwaa, desnoods maak ik die vol (zal wel niet !)

Schiet het op?

Bij het verzamelen en bekijken van de foto’s van afgelopen maand vroeg ik me af wat ik hierover als uitgebreid onderschrift kon vertellen. Eigenlijk spreken ze voor zich.
Dus kijk (punt) … Een keer anders en zonder commentaar. Verandering van spijs doet eten (zal wel niet).

Het moet passen

De vormtekening voor het vlakke patroon van de beplating -zij- en bodemplaten- zijn niet opgetekend in de plannen.
Die moest ik dan zelf bepalen.
Met behulp van 3mm MDF platen werd de klus geklaard. Een onvermijdelijke tussenstap want zonder patronen wordt het naderhand knoeiwerk met de eigenlijke zij- en bodemplaten.
En gedurende het gepuzzle (en geklungel met de veel te lange slappe slierten) viel me een knipoog op van Paul de ontwerper; Het breedste vlak van de bodem is 1,24m, hetzij de breedte van een handelsmaat multiplex paneel.
Knipoog jawel want hiermee gaat hij voluit naar wat het breedst mogelijk is onderwater met een 13 voet binnen de beperking van standaard plaatmateriaal.

Dan even overgestapt naar roer en zwaardkast.
Voor het roer wil ik de helmstok afneembaar en kantelbaar tegelijk. Na wat zaag- en denkwerk had ik een werkend model in de hand en moest één en ander op de maatvoering van het plan overgezet worden.
Het vroeg wat geduld en overleg met mezelf, maar het deel is klaar.
Het lamineren van het werkstuk voor de gebogen helmstok uit drie stroken 10mm Yellow Pine is plezierig werk… Wat ik toch beter zou plannen in zomerdagen.
Want met een temperatuur die boven en onder de 17°C schommelt in de werkplaats is het uitharden van epoxy dansen op een slappe koord.

De basis voor de zwaardkast maken is redelijk rechttoe-rechtaan.
Eerst het zwaard (haast) helemaal afwerken en dan de kast erom heen.
Ongeveer 15 lbs moet er in’t zwaard (15 Lbs of pounds= 6.8 kg) en dat was een meevaller, met negen 16cm plaatjes bladlood van de 33cm brede rol lood die ik heb kwam ik op 6,6kg.
Na wat geweld met een voorhamer werd het geheel 12mm dik. Die moeten straks in het 30mm dikke zwaard zitten.
6,5mm uitfrezen in de twee 15mm zwaardhelften is geen heldendaad maar het verdient naderhand de medaille van beste stof- en schaafsel opruimer van de dag.

Leest U nog?
Mmm, U bent een liefhebber van botenmakerij, van deze boot, of bouwt er zelf één?
Deze is bedoeld voor het deelnemen aan La semaine du Golfe de Morbihan 2021 (10 -16 mei), daarna is ie te koop.
Bij wijze van spreken als gebruikt directievoertuig met weinig kilometers op de teller.

Spanten zonder vrees

De tekeningen van Gartside voor de “Crisis Cat” zijn zondermeer volledig maar kant-en-klare patronen zoals in de “Burda” destijds zijn er niet bij.
Die heb ik voor de handigheid uitgewerkt in CAD en op ware grootte geplot op papier.
De romp is deels een stitch & glue constructie en de spanten zijn tijdelijk. Ze zijn hulpvormen die later niet in de romp zullen terug te vinden zijn.
En dat stemt me gelukkig; De precisie is van belang maar de afwerking niet, hoera en zie daar ze zijn klaar.


Het spantenraam is gerecupereerd van B2.
De OSB spiegel is een tijdelijke en laat me toe de vorm van de zijplaten te ontwikkelen om dan daarna een definitief gemillimetreerde spiegel te maken.

Deze boot is bijzonder breed, afhankelijk van waar je het wil meten (binnen- of buitenboord) om en bij 1,8 meter en dat voor een lengte van 4 meter.
De bodem is van de steven tot midscheeps plat en gaat vandaar naar de spiegel over in een lichte V-vorm. Precies het omgekeerde van waar ik vertrouwd mee ben bij planeer-bootjes.


Rare boot als ik de kenmerken ervan in mijn hoofd optel en probeer de vaareigenschapen te voorspellen. Maar dat is precies hetgene wat ik niet moet doen.
Met aandacht verder werken en vertrouwen op het vakmanschap van de ontwerper, zoals ontspannen maar geconcentreerd een Airfix model samenstellen met één oog op het instructieblad en het ander op het prentje van de doos.